Struikelstenen in Deventer

Jan Steenstraat 16door Joop de Ruiter (neef van Jan Willem Gerritsen)

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Steenweg 27 (nu 16):

naam geboren te datum overleden te datum
Jan Willem Gerritsen Deventer 10-07-1906 KZ Sandbostel (Neuengamme) 28-04-1945

25 Gerritsen groot3Jan Willem Gerritsen is geboren te Deventer op 10 juli 1906 en overleden 28 april 1945 in Sandbostel.
Hij is herbegraven in augustus 1960 op de Erebegraafplaats in Loenen, vak/rij/nummer E 387.

Jan Willem Gerritsen was gehuwd met Wilhelmina Georgina Frederika Louise (Lies) Straalman, geboren te Oldenzaal op 11 juni 1908. Ze woonden aan de Jan Steenstraat 27 (nu nummer 16) te Deventer.

Hij was in Deventer de jongste ambtenaar op de afdeling Bevolking en maakte deel uit van de "Deventer Congsi".
Naast Gerritsen behoorden B.J. van den Dool, G.H. ter Horst, N. Sijbesma, Jan Luyendijk en Theo Weterman tot deze groep. Gerritsen maakte tevens deel uit van de TD Groep (Tweede Distributiestamkaart) en werkte onder andere samen met de ambtenaar van de gemeente Gorssel, de heer G.J.Franken.

In Deventer kwam het tot daadwerkelijk verzet vooral bij de afdeling Bevolking, een afdeling die zich door de aard van het werk daar uitstekend voor leende. Terwijl verschillende ambtenaren in hun hart al sympathiek stonden tegenover illegale praktijken, was Jan Willem het die het initiatief nam.
Nummer Kamp AmersfoortHij had al eerder in de bezettingstijd een illegaal krantje uitgegeven. Hij was tezamen met Mej. J.A.H. Berghege en met C.G. Dollekamp beёdigd om persoonsbewijzen af te geven. Zochten Duitsgezinden persoonsgegevens over in hun ogen verdachte individuen, dan volgde hij zo onopvallend mogelijk hun zoekwerk, om betrokkenen te waarschuwen, zodat ze een goed heenkomen konden zoeken. Beschikkende over de sleutel van de kluis waarin zich de nodige blanco bescheiden vonden, begon hij persoonskaarten, persoonsbewijzen en stamkaarten thuis te vervalsen. Persoonskaarten van Joodse burgers en van verzetsstrijders werden verduisterd of vervangen door andere gefingeerde namen.
Niet alleen Joden en onderduikers konden worden geholpen, maar ook gestrande geallieerde vliegers. Met name voor hulp aan hen sloot hij zich aan bij twee andere illegale werkers: G.H. ter Horst, inspecteur van de gemeentepolitie en B.J. van den Dool, tekenaar bij Noury en Van der Lande. Men maakte een taakverdeling: vliegers konden overnachten in het huis van Van der Dool aan de Van der Keesselstraat, voorzien worden van kleding door Ter Horst en van valse papieren door Gerritsen. Vóórdat Gerritsen originele modellen van bescheiden meebracht, tekende Van den Dool deze getrouw na. Hij kon allerlei handschriften en handtekeningen vervalsen. Via Vichy-Frankrijk, Spanje en Gibraltar, soms via Zwitserland konden zij naar Engeland of Amerika terugkeren.

Graf Ereveld LoenenEr was één daad van verzet tegen het Derde Rijk, waaraan werkelijk alle ambtenaren ter secretarie deelnamen. In navolging van vele anderen staakte het gehele personeel op 30 april 1943 als protest tegen het terugvoeren van Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap.
Als gevolg van zware dreigementen door de bezetter duurde deze staking niet lang.

Op maandag 22 mei 1944 werd Jan Willem Gerritsen onder de schuilnaam Willem Geerlings, door verraad, in Groningen gearresteerd en nà enkele dagen verhoord te zijn, op zaterdag 27 mei 1944 op transport gesteld naar Arnhem. Vervolgens Tree in Honor of Gerritsenging hij op 10 juni naar Kamp Amersfoort en tot slot op 11 oktober 1944 via Meppen naar Neuengamme (Sandbostel).

Aanvulling websitebeheerder (zie ook website Onderduikhuizenvoorjodenindeventer):
Ook namen Jan Willem Gerritsen en zijn vrouw Lies in hun huis nog eens een vijf weken oude Joodse baby op, genaamd Simone Weiler die zij in november 1942 "vonden" toen zij de hond uitlieten. En ook een Joodse man niet afkomstig uit Deventer, genaamd Nathan Ensel, die er zat van eind 1943 tot midden 1944. Dat deden zij gratis.
Posthuum kreeg hij een Amerikaanse en een Britse onderscheiding.
In 1984 zijn hij en zijn vrouw bovendien door Yad Vashem geëerd met de onderscheiding Rechtvaardige onder de volkeren. 
Op de foto rechts: "Tree in Honor of Gerritsen".
 

door Michiel Bussink

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Dahliastraat 5:

naam geboren te datum overleden te datum
Hendrik Uittien Brummen 16-09-1898 Kamp Vught 10-08-1944

Uittien als docent

Hendrik Uittien 

"Een zachtmoedige, intelligente botanicus die zijn rug recht hield"

"Na vier weken mocht ik luchten, een kwartiertje, bijna elke dag. Ik wist niet wat ik allemaal rook: wittte klaver! (....)
Gelukkig ben ik er aan gewend om binnen te zitten. Men went heel vlug aan alles. Thuis zal ik dus ook wel weer wennen, al zal ik heel lui zijn, na al deze rust".

Onder de op het briefpapier voorbedrukte geboden van de Polizeigefängnis Haaren, Noord-Brabant, schreef Hendrik Uittien op 28 juli in duidelijk potloodschrift deze zinnen. Dertien dagen later werd hij in Kamp Vught gefusilleerd, samen met 22 andere medewerkers van de illegale krant Trouw.

Hendrik Uittien (1898-1944) was een gerespecteerde, productieve en veelzijdige wetenschapper.
Als gepromoveerd plantkundige schreef hij smakelijk en humoristisch over planten, biologie, volkscultuur, taal- en streekgeschiedenis. Grondig onderlegd, met dank aan zijn verzameling eeuwenoude kruidboeken en zijn kennis van de klassieken: hij was een "polyhistor", misschien de reden dat hij door zijn familie "Oom Polly" werd genoemd. Ook nu nog zijn zijn verhalen over plantennamen en streekgerechten leuk en leerzaam om te lezen.
Alleen al de titels maken nieuwsgierig: "Botaniseren in de kerk’ (in 1935 verschenen in een bundel voor Jac. P. Thijsses 70e verjaardag), "De legende van de Gelderse Roos", "Zonderlinge plantennamen – het raadsel van Plinius" en "Nix is goed voor de ogen".

Uittien werd in 1926 leraar aan de Koloniale Landbouwschool in Deventer, waarna hij aan het Pothoofd ging wonen. Tussen 1933 en 1937 woonde en werkte hij (weer) in Utrecht tot hij opnieuw leraar werd aan de Koloniale Landbouwschool en een woning aan de Dahliastraat op De Worp (ten westen van de IJssel) betrok. Zowel internationaal, landelijk als lokaal was hij bestuurlijk actief. In Deventer was hij bijvoorbeeld bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor landbouw en plantkunde. Hij werkte mee aan verschillende tentoonstellingen, over bijvoorbeeld historische plantkundige en geneeskundige boeken in de Atheneumbibliotheek (in 1933) en over "Onze voeding in dezen tijd" op Nieuw Rollecate in 1941. In de oorlog, tot aan zijn dood, was hij voorzitter van de Deventer afdeling van de Koninklijke Natuurhistorische Vereniging (KNNV).

Uittien interesseerde zich niet voor politiek – hij stemde altijd blanco – totdat de opmars van de nazi’s in Duitsland en de NSB in Nederland zijn ogen openden. Hij gaf zijn blanco-stemmerij op, maar stak ook na mei 1940 zijn anti-nazistische houding niet onder stoelen of banken: hij kreeg al snel ruzie met een NSB-collega-leraar op Koloniale Landbouwschool. In juni 1941 hield Hendrik Uittien een kritische en erudiete lezing op Rijksuniversiteit Utrecht, waar hij medewerker was aan het Botanisch Museum en Herbarium. "Vrijheidszin en verdraagzaamheid, de edelste noem ik ze, omdat zij het meest het menselijk geluk, respectievelijk het eigene en dat van de naaste bevorderen". Er was volgens Uittien behoefte aan individuen die ook geestelijk "niemands meester, niemands knecht" durven te zijn.

Trouw tot in den doodNiet lang nadat hij zijn Utrechtse rede hield, kreeg Uittien flinke mot met zwarthemden in zijn huis aan de Dahliastraat omdat hij – vanwege de verjaardag van koningin Wilhelmina - binnenshuis met een oranje das rondliep. NSB-ers belegerden zijn huis, met een grote volksoploop en een kloppartij als gevolg. Voor de bezetter was nu de maat vol: Uittien werd vanwege zijn "tartende houding" ontslagen als leraar. Tot zijn genoegen: het departement waaronder zijn school viel, zorgde voor een gunstige wachtgeldregeling. Nu kon hij zich met nog meer energie wijden aan het opvangen van oorlogsberichten via de radio, het illegaal verspreiden van geschriften én zijn botanische werk.

Vanaf 1943 verspreidde Uittien het verzetsblad De Ploeg, opgericht door medische studenten van de Groningse rijksuniversiteit, en de orthodox-protestantse verzetskrant Trouw. Ook zijn oud-collega van de Koloniale Handelsschool, Steven Bastiaans, was betrokken bij de verspreiding van Trouw. Aan het Muggenplein in Deventer werd een deel van de oplage van Trouw gedrukt door drukker Overeem. Per keer zo’n 15.000 exemplaren, die in bundels van vijfhonderd stuks elders in de stad door de verspreiders, waaronder Uittien, in ontvangst werden genomen.

In Uittiens brief van 23 januari 1944 aan collega-botanist Van Dijk, stapt hij na twee kantjes plantkundige discussies tot slot over op het onderwerp oorlog. Om af te sluiten met: "Elke dag zonder bom, kogel of arrestatie is er één dichter bij de vrijheid".  Zou Uittien iets hebben voorvoeld? Vijf dagen later werd hij, net als zeven andere Overijsselse verspreiders van Trouw, gearresteerd vanwege zijn betrokkenheid bij de illegale krant. Hij komt terecht in het huis van bewaring in Arnhem en wordt een paar dagen later naar de SD-Polizeigefängnis in Haaren in Noord-Brabant overgebracht en later naar Kamp Vught. Eens in de maand mocht Uittien een brief schrijven. Onder de voorbedrukte "Auszug der Lagerordnung" van der Lagerkommmandant volgde een vaak optimistische tekst. "Beste allemaal. Veel dank voor de heerlijkheden. Maar het is alles weelde hoor, honger lijd ik niet". Tussen de regels door blijkt dat zo heerlijk het leven niet altijd was. Hij wordt, samen met drieëntwintig medeverspreiders van Trouw, op 5 augustus 1944 ter dood veroordeeld en op 10 augustus wordt hij gefusilleerd. Zie rechts de pagina uit de Trouw met het bericht over de 23 gefusilleerden.

"Nooit zal ik die dag vergeten, toen ik op het laboratorium hoorde dat in de krant – wie las dat vod nog in die tijd – stond dat Uittien gefusilleerd was. Het drong eerst niet goed tot mij door. Het kon niet waar zijn". Zo begint het In Memoriam dat Uittiens beste vriend en collega plantkundige Joseph Lanjouw in 1949 publiceerde. "Koud en gevoelloos stond daar het bericht, van een leugenachtige argumentatie voorzien, dat men ook Uittien, die zachtmoedige, gevoelige, intelligente man had vermoord".

Over Uittien als plantkundige

Hendrik Uittien werd geboren in Brummen en ging na zijn gymnasium A en B in Zutphen, in Utrecht geneeskunde sturen, om na één jaar over te stappen op plantkunde. Vervolgens was hij assistent systematische plantkunde, conservator bij het Botanisch Museum en Herbarium in Utrecht, promoveerde in 1929 aan de Rijksuniversiteit Utrecht op het proefschrift Ueber den Zusammenhang zwischen Blattnervatur und Sprossverzweigung.

Cover de Volksnamen van onze plantenHij deed veel botanisch onderzoek, onder andere naar tropische planten, waarvoor hij ook verbleef aan onderzoeksinstituten in Parijs, Londen, Kew en Brussel. Hij was lid van de internationale nomenclatuurcommissies, correspondeerde met botanici van over de hele wereld en ontdekte af en toe ook nieuwe plantensoorten. Uittien was een van de pioniers van het eerste Nederlandstalige standaardwerk over planten, Flora Neerlandica, al mocht hij de – vanwege de oorlog uitgestelde - verschijning in druk in 1948 niet meer meemaken.

Behalve botanische, schreef hij ook "folkloristische" - tegenwoordig zouden we zeggen "cultuurhistorische" - verhalen over Nederlandse planten en plantennamen. Je zou dat als een vorm van popularisering van natuurstudie kunnen noemen. Maar Uittien was niet alleen een studeerkamergeleerde. Hij bracht zijn historisch kennis in de praktijk door de aanleg van zijn Middeleeuwse tuin achter zijn huis aan de Dahliastraat in Deventer, inclusief Middeleeuwse tuinbank. Vanuit het hele land kwamen plantkundige studenten op excursie om Uittiens Middeleeuwse tuin te bewonderen, meestal gecombineerd met plantenexcursies langs de IJssel.

Ook in de oorlog bleef Uittien contact houden met de bekende collega-plantkundigen van die tijd, in binnen en buitenland. Zo kreeg hij bijvoorbeeld een verzoek van Jac. P. Thijsse, overgebracht door een briefje van Jacob Heimans (zoon van Thijsses Verkade-boekjes-compagnon Eli Heimans).
Vanwege de voorgenomen kanalisatie van de IJssel was Thijsse bang dat de zeldzame bes-anjelier (Cucubalus), bedreigd werd.
"Misschien wil je zo vriendelijk zijn deze en eventueel nog andere goede groeiplaatsen van deze plant en nog van andere belangrijke soorten van de IJsselijken waarvoor gevaar te dichten is, nauwkeurig voor Thijsse op een kaart aan te geven". Heimans sluit de brief aan met een ironische noot: "Op de jaarvergadering de vorige week is je angst in het bestuur van de Nederlandse Botanische Vereeniging te worden gekozen, bijna verwezenlijkt".
Ook al was Uittien niet de voornaamste kandidaat, hij bleek toch heel wat stemmen te hebben gekregen.

Uiteindelijk ontkwam ook het wetenschappelijke botanische werk niet aan de impact van de oorlog: uit brieven blijkt dat Uittien, als lid van verschillende plantkundige commissies, zich verzette tegen toelating van leden die blijkbaar als "fout" te boek stonden. Waar de andere leden zich veelal opstelden als "burgemeester in oorlogstijd", bleef Uittien volharden in zijn verzet.

© Michiel Bussink

Michiel Bussink werkt aan een boek over Hendrik Uittien.
Hebt u informatie over Hendrik Uittien (ook documenten of fotomateriaal) of weet u mensen die hem gekend hebben, dan is alle informatie welkom. Contactinformatie:
0570 - 550062
06 - 52074978
www.michielbussink.nl



pand Veenweg 145 2door Johan van der Veen 

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Rielerweg 145.

naam geboren te datum overleden te datum
Otto Theodorus Johannes Renshof Oldenzaal 08-02-1905 Neuengamme 23-02-1945

Familie en gezin
PortretTheoTheo Renshof werd op 8 februari 1905 in Oldenzaal geboren. Zijn vader was Cornelis Johannes Renshof, zijn moeder Geertruida Wilhelmina Boekholt. Bij zijn geboorte was er al een zoon, Frits. Er zouden nog twee kinderen volgen: dochter Marie en de jongste zoon Cor.

Op 13 januari 1928 trouwde Theo in Enschede met Johanna Jacoba Tijssen. Zij was op 14 maart 1903 in Enschede geboren als dochter van Jan Hendrik Tijssen en Harmina Krosenbrink. Ten tijde van de huwelijkssluiting was de vader van Theo postambtenaar en de vader van de bruid huisschilder. Theo zelf was expediteur van beroep. 

Op 10 mei 1928 werd dochter Geertruida Wilhelmina (Truus) geboren. Als geboorteplaats wordt Oegstgeest vermeld. We mogen aannemen dat het jonge paar daar korte tijd woonde. Hun volgende woonplaats was Beverwijk. Op 31 december 1929 vestigden zij zich voor een korte periode in een pension op Singel 143 huis in Amsterdam. De gezinskaart vermeldt als beroep van Theo expediteur. Op 3 juli 1930 verhuisde het gezin van Amsterdam naar Den Haag. Daar woonden ze in totaal op 5 verschillende adressen.

Theo was als expediteur werkzaam. In Den Haag werden twee dochters geboren: op 22 juli 1930 Hermina (Mimi) en op 12 januari 1932 Cornelia Johanna (Corrie).

Naar Deventer
Op 22 juli 1935 werd het gezin van Theo Renshof ingeschreven op het adres Rielerweg 145 in Deventer. Bij inschrijving was zijn beroep expediteur. Dit beroep is later op de gezinskaart doorgehaald. Als nieuw beroep staat dan vertegenwoordiger vermeld.

DD 1937 08 24 00002Het Deventer Dagblad van dinsdag 24 augustus 1937 deelt mede dat vijf stadgenoten, onder wie de heer O.Th.J. Renshof, in Amsterdam slaagden voor het examen pedicure en voetkundige, uitgaande van het Nederlands genootschap voor voetkundigen. Theo moet in deze tijd het beroep van expediteur hebben verruild voor dat van vertegenwoordiger in schoenen. In de familie is bekend dat hij vertegenwoordiger was in schoenen van Van Bommel.

Op 15 juni 1938 werd Theo tot bestuurslid van de afdeling Deventer van Hermes gekozen. Dit was de vakvereniging van vertegenwoordigers van handelaren en industriëlen. Op 7 december van dat jaar sprak hij op een Sinterklaasviering van Hermes de ouders en kinderen toe. Kort daarop, op 23 januari 1939, werd hij bereid gevonden om als correspondent van de werklozenkas van Hermes te gaan fungeren.

Verzet
Voor de oorlog sympathiseerde Renshof met de CPN. Volgens kleindochter Hanneke leerde hij Russisch. Toen in oktober 1940 de ambtenaren de Ariërverklaring moesten ondertekenen, was Theo verontwaardigd en woedend. In 1941 sloot hij zich aan bij het verzet in Deventer. Hij speelde een belangrijke rol bij het verspreiden van De Waarheid, bij de hulp aan joden en onderduikers, en bij het werven van fondsen. Hij werkte onder meer samen met bekende verzetsmensen als Toon Kleinbussink, Gerrit Hamer en Johan Teunissen, van wie bekend is dat bij hem thuis De Waarheid werd gedrukt.

Op 3 september 1941 werd hij op last van de Sicherheitspolizei te Enschede door inspecteur Richie opgebracht en op het politiebureau van Deventer ingesloten. De commissaris van politie bracht de burgemeester diezelfde dag nog op de hoogte van de arrestatie. Hoewel de reden van de arrestatie niet bekend was, merkte de commissaris het volgende op: “Genoemde persoon is communistisch gezind.” Op 11 oktober werd Theo op bevel van de Sicherheitspolizei in vrijheid gesteld. Ze hadden geen zaak tegen hem. Zijn vrouw had namelijk bij de huiszoeking tijdig al het belastende materiaal laten verdwijnen.

Na zijn vrijlating zette Theo zijn illegale werk voort in Amsterdam.

Opgepakt
Op 3 februari 1943 werd Theo in Amsterdam aangehouden. In het politiearchief van Deventer bevindt zich een verklaring van 8 februari waarin de waarnemend commissaris van politie te Deventer verklaart dat Theo op 3 februari op last van de Sicherheitspolizei is gearresteerd. Tot slot wordt opgemerkt: “Deze verklaring dient tot het verkrijgen van restitutie van kosten spoorwegabonnement."

Theo werd ongeveer 8 weken vastgehouden in het beruchte Huis van Bewaring aan de Weteringschans.

Concentratiekampen
Eind maart/begin april 1943 werd Theo overgebracht naar concentratiekamp Vught. Hij was Schutzhäftling (zie noot 2). Zijn kampnummer was 5962.

In de periode van 9 tot en met 23 september was hij niet in Vught. Mogelijk werd hij in die periode voor nader verhoor in het Huis van Bewaring in Arnhem vastgehouden.

DD 1945 03 28 00002KennisgevingIn Vught maakte Theo deel uit van het Philips-kommando, een werkplaats binnen het kamp. De leiding daarvan berustte bij de directie van het bedrijf. Philips bepaalde wie er werkte en waaruit het werk bestond. Dagelijks werd een warme maaltijd, de zogenaamde “Philiprak”, verschaft en de medewerkers werden door Philips betaald. Dit Philips-kommando groeide uit tot een soort fabriek waar tussen februari 1943 en september 1944 in totaal 3125 mannen en vrouwen (dat wil zeggen 10% van de totale kampbevolking) werk vonden.

Vanuit deze relatief gunstige omgeving werd Theo, na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, gedeporteerd naar Sachsenhausen, dat op ongeveer 35 kilometer van Berlijn ligt. Daar kreeg hij kampnummer 100097. Op 16 oktober 1944 werd hij vanuit dit kamp overgebracht naar Neuengamme bij Hamburg. Daar was zijn kampnummer 59034.

Op 21 maart 1945 kreeg de politie in Deventer het verzoek van SS-Hauptsturmführer Müller van het Einsatzkommando aldaar om de familieleden van Theo mee te delen dat hij op 23 februari 1945 om 5.30 uur in Neuengamme was overleden aan enterocolitis (ernstige ontsteking van de darmen, meestal de dunne darm). 

Een dappere vrouw
Jo Renshof-Tijssen komt uit de verhalen en de stukken over als een doortastende en dappere vrouw.

Jo Renshof Tijsen uitsnBij de inval van de politie op 3 september ’s morgens vroeg waarschuwde Truus, de oudste dochter, haar ouders dat zij vanuit de slaapkamer een politieauto langzaam door de straat had zien rijden en dat de mannen naar het huis keken. Theo probeerde nog via het balkon aan de achterzijde te ontkomen. Er was namelijk aan de achterzijde van het huis een balkon dat grensde aan dat van de buren. Met hen had Theo de afspraak gemaakt, dat ze de deur naar hun balkon niet op slot zouden doen, voor het geval hij zou moeten vluchten. Tevergeefs, omdat de achterkant van het huis al werd bewaakt. Op het dak van het schuurtje stond een gewapende agent die hem opdroeg weer naar binnen te gaan. Jo had intussen de exemplaren van De Waarheid gepakt en onder de rand van de wc-pot verborgen. Daarna deed ze deur van de woning open. Toen haar werd gevraagd of ze naar de wc was geweest, gaf ze dat toe. Toen haar vervolgens de vraag werd gesteld, wat ze daar deed, antwoordde ze koelbloedig: “Wat doet u op de wc?” Wonder boven wonder werd de wc niet doorzocht.

Tijdens het verblijf van haar man op het politiebureau in Deventer ging ze er met regelmaat heen. Ze vroeg de dienstdoende portier dan naar de stand van zaken. Op een gegeven moment kreeg ze als antwoord dat haar man werd verhoord. Daarbij keek hij in de richting van een kamer. Jo liet er geen gras over groeien en stapte de verhoorkamer binnen. Daar vroeg ze aan de ondervrager(s) waarom haar man nog steeds werd vastgehouden, want er was thuis helemaal niets gevonden. Jo werd uit het bureau verwijderd, maar ze had haar man wel duidelijk kunnen maken dat de politie niet over belastend materiaal beschikte.

De gevangenschap in Kamp Vught werd onderbroken door een periode van twee weken waarin Theo waarschijnlijk in Arnhem werd verhoord. Voor zijn vertrek uit Vught ontving Jo een boodschap over het tijdstip en de wijze waarop haar man naar Arnhem zou worden gebracht. Ze stapte op de dag van het transport ergens tussen Den Bosch en Arnhem op de trein, zocht Theo op en vroeg de bewaker of bewakers waarom haar man nog steeds werd vastgehouden, want er was niets bij hen thuis gevonden. Jo zag haar man en kon hem opnieuw duidelijk maken dat er nog steeds geen belastend materiaal was gevonden. Op het volgende station moest ze uitstappen.

Jo en haar drie dochters hadden ook Joodse onderduikers in huis: oom Bart, de schrijfster Helma Wolf-Catz en haar dochter Loeka. Alle drie de onderduikers overleefden de oorlog.

Na de oorlog bleef Jo op het adres Rielerweg 145 in Deventer wonen. Ze overleed op 1 januari 1969 in de VS, toen ze op bezoek was bij haar jongste dochter.

Het Vrije Woord
Theo’s naam staat onder meer op het monument aan de Verzetslaan in Deventer, op de digitale dodenlijst van concentratiekamp Neuengamme en op de Erelijst van Gevallenen 1940 - 1945 in het gebouw van de Tweede Kamer.
In 1990 werd hij eveneens opgenomen op de Erelijst van gevallenen van de illegale pers.
(red.: Op 22 april 2018 is voor hem voor het huis aan de Rielerweg 145 een struikelsteen gelegd; klik hier om het verhaal van kleindochter Hanneke over haar opa te lezen, dat zij op 22 april 2018 en op 4 mei 2018 vertelde.)

© Johan van der Veen

1. Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:
Het interview van Otto van Huffelen en Johan van der Veen met Hanneke Otte op 12-10-2017, en een aanvullend telefoongesprek op 11 maart 2018;
Historisch Centrum Overijssel Zwolle, Collectie Enschede, registers van geboorte, archief 0123, registratienummer 3636, aktenr. 222.Historisch Centrum Overijssel Zwolle, Collectie Enschede 1812 – 1932, archief 0123, registratienummer 3732, aktenr. 11;
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1414, Bevolkingsregister Deventer, inv.nr. 390 (afb. 0187 en 0188);
NL-SAA, Stadsarchief Amsterdam, archiefnummer 5422, Archief van het Bevolkingsregister, gezinskaarten, inv.nr. 1204. Zie ook Indexen: Renshof, O.T.J.;
NL-SAA, Stadsarchief Amsterdam, archiefnummer 5445, Archief van de Dienst Bevolkingsregister, woningkaarten, inv.nr. 432. Zie ook Indexen: Singel, 143, huis;
Haags Gemeentearchief, Bevolkingsregister ’s-Gravenhage 1913 – 1939, pagina 720567;
Deventer Dagblad, 16-6-1938;
Deventer Dagblad, 8-12-1938;
Deventer Dagblad, 24-1-1939;
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, archief 00347, Archief CPN, inv.nr. 155 (IJsselstreek);
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, 245 Archief Erelijst van gevallenen, inv.no. 47;
K.H. Vos, redacteur en samensteller, Deventer 1940-1945, Deventer, 1985, blz. 71;
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0759, Politie Gemeente Deventer, inv.nr. 83, dagrapporten 3 september 1941 (nr. 246) en 10 oktober 1941 (nr. 283);
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950), inv.nr. 427, nummer 27;
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 732-1, Aanhoudingen;
Roel van Duyn, Verraad, Soesterberg 2016, blz. 80 – 94;
https://anderetijden.nl/aflevering/509/Philips-en-de-gevangenen;
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 726-3;
H. van den Heuvel en G. Mulder, het Vrije Woord, De illegale pers in Nederland 1940 – 1945, ’s-Gravenhage, 1990, blz. 242.

2. Gevangene in een concentratiekamp. Aan de gevangenschap lag geen rechterlijke uitspraak ten grondslag. De gevangene genoot geen enkele vorm van wettelijke bescherming.

door Otto van Huffelen (kleindochter Frederike gaat vervolgonderzoek doen). 

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Langestraat 22 (nu 65).

naam geboren te datum overleden te datum
Frederik Jan Kluiwstra Workum 28-07-1894 Bergen- Belsen 31-05-1945

foto KluiwstraFrederik Jan (bron foto: kleindochter Frederike) is geboren in Workum en op 16 augustus 1922 getrouwd met Derkje Brinkenberg (geboren 4 november 1896 te Velp). Het echtpaar had 2 kinderen, Henk en Frederik Jan.
Eerst hebben ze in de IJpromptstraat gewoond, later in de Lathmerstraat en in 1938 verhuisde het gezin naar de Langestraat 22 (nu nummer 65) op de Worp. Volgens zoon Frederik Jan was zijn vader een rustige, kalme man. Ze gingen vaak samen vissen en ze fietsten veel samen. Vlakbij de spoorbrug had de familie een volkstuintje.

Frederik Jan was eerst bij de marechaussee; in die tijd was het voor een lid van de marechaussee niet toegestaan te trouwen.
Daarna is hij als agent van politie van Deventer terechtgekomen. Hier was hij als secretaris actief bij de politie vakbond.
In de oorlog deed Frederik Jan illegaal werk. Onder meer hulpverlening  aan joodse mensen voor onderduik en het verstrekken van voedselbonnen. Hij had daartoe onder meer regelmatig contact met verzetsstrijder Uittien.
In verband hiermee is hij met ingang van 5 mei 1942 ontslagen als agent van politie en in augustus 1942 werd hij door de Sicherheitsdienst met daarbij de beruchte Antonie Berends uit zijn woning aan de Langestraat (de Hoven) gehaald. Hij is een aantal weken in de Koepel in Arnhem gevangen gehouden. Volgens zoon Henk is zijn vader in Arnhem weer vrijgelaten met de bedoeling hem te volgen en meer over zijn jodenactiviteiten te weten te komen.

naam plaatje kleinDe Sicherheitsdienst arresteerde hem opnieuw op 7 december 1942. Via het doorgangskamp Amersfoort is hij op 19 maart 1943 het Konzentrationslager Herzogenbusch (kamp Vught) binnengebracht en als "pölitischer Schutzhäftling" onder Häftlingsnummer 5738 geregistreerd; het kettinkje met kampnummer kreeg de weduwe Kluiwstra na de oorlog toegezonden. In KL Herzogenbusch heeft hij onder andere verbleven in de blokken 14 en 20. Vanuit KL Herzogenbusch werd hij tewerkgesteld in de buitencommando's Moerdijk, Roosendaal, Arnhem en Haaren. De zonen Henk en Frederik hebben hem in het buitencommando Arnhem met andere gevangenen in een gestreept gevangenispak en spade zien marcheren.
Bekend is dat hij met het evacuatietransport van 6 september 1944 uit KL Herzogenbusch naar KL Sachenhausen is vertrokken.
Uit het werkrapport van 17 augustus 1951 van het Rode Kruis blijkt dat hij op 16 oktober 1944 naar KL Neuengamme vervoerd is.
Aangenomen moet worden dat hij op 9 januari 1945 of 26 februari 1945 naar Bergen- Belsen is afgevoerd. Het is niet exact bekend wanneer hij in Bergen- Belsen is overleden. Het Rode Kruis heeft derhalve 31 mei 1945 als formele overlijdensdatum aangenomen. 
Foto rechts: "Enige notities over de Opsporing" uit Appél Rode Kruis no.20-21 van nov.-dec. 1948.

rode kruis bericht.jpegBronnen:
Interview met zoon Henk Kluiwstra op 3 juni 2014;
Intervieuw met kleindochter Frederike Bolink- Kluiwstra op 8 maart 2018;
Interview kleindochter Frederike met haar vader Frederik Jan;
Interview kleindochter Frederike met haar oom Henk in juli 2009;
Archief kleindochter Frederike Bolink- Kluiwstra.

woning Tessenmacherstraat 43door kleinzoon Bramjan Mulder

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Tessenmacherstraat 43.

naam geboren te datum overleden te datum
Abraham Jacobus Janse Vlissingen 13-06-1899 Woeste Hoeve 08-03-1945

foto Janse uitsnedeBram (A.J.) Janse is op dinsdag 13 juni 1899 geboren in Vlissingen. Hij was het 3e kind van een gezin van 4.
Hij trouwde met Wiets Kiestra en ze verhuisden naar Tesschenmacherstraat nr. 43 in Deventer.
Twee weken voordat de 2e wereldoorlog in Nederland losbarstte werd hun dochter Door geboren.

Hij is het leger ingegaan en trad in dienst bij de Genie. Toen hij 25 was, werd hij Opzichter Fortificatien 3e klasse. Dit betekende dat hij als officier toezicht moest houden op de bouw en onderhoud van forten en kazernes. Dit was een functie waarvoor je een gedegen bouwkundige opleiding nodig had. Hij woonde toen in Den Haag. Op zijn 31e promoveerde hij tot Opzichter 2e klasse en op zijn 37e werd hij Opzichter Fortificatien 1e klasse.  

Het was duidelijk dat er oorlog kwam, dus het leger bereidde zich voor op de inval. Bram werd aangesteld als Leider der Vernielingen in het Vak Deventer West. Er werd bepaald dat de leider zich zou ophouden bij de Spoor- en Schipbrug te Deventer en werd daartoe geplaatst bij Staf 1-II-43 R.I. te Deventer. Rondom de geboorte van zijn dochter, in de dagen tussen 15 april en 10 mei 1940 werd veelvuldig geoefend met het personeel uit Vak Deventer Oost teneinde de nodige terreinkennis te verkrijgen, en vooral in het vlot aanbrengen van de springladingen aan de bruggen en verhakkingen (blokkades).

Op de ochtend van 10 mei 1940 rond 3.40 uur kwam het bericht binnen van grensoverschrijding door Duitse troepen en werden tientallen overvliegende Duitse vliegtuigen waargenomen boven Deventer. Hierop werden springstoffen in de vrachtwagen geladen en werd een vernielingsploeg gevormd. Rond 5.10 uur werd het vernielingsbevel voor de Schipbrug ontvangen en even later voor de Spoorbrug. Na diverse moeilijkheden lukte het om eerst de Schipbrug en om 7.14 uur de Spoorbrug effectief te vernielen.  

In de middag heeft het team het snijpunt van de wegen Deventer-Apeldoorn en Zutphen-Apeldoorn versperd door 10 bomen over de weg te laten vallen en nog later werd de weg Beekbergen-Apeldoorn versperd omdat er ten zuiden van Beekbergen oprukkende gemotoriseerde vijandelijke eenheden werden gesignaleerd. Het was inmiddels 18 uur en het detachement werd teruggeroepen naar Schoonhoven. Ze kwamen die dag tot Bilthoven en reden de volgende dag over de nieuwe weg Utrecht-Den Haag via Gouda naar Schoonhoven. Ondanks het bombardement van de vorige dag is de weg op slechts 1 plek 1 rijbaan onbruikbaar geraakt door een bomkrater. Het detachement bereikt rond 11 uur Schoonhoven en Bram reist door naar het hoofdbureau van de Inspectie in Den Haag. De volgende dag (1e Pinksterdag) krijgt hij de opdracht de leiding op zich te nemen om een garage in de nieuwe Frederikkazerne in te richten tot krijgsgevangenkamp voor zo'n 75 krijgsgevangen gemaakte Duitse militairen. Daarna doen zich tot het tijdstip van de capitulatie op 15 mei geen bijzonderheden meer voor. Hij keerde op 13 juni 1940 terug in Deventer en kon tot zijn tevredenheid constateren dat de vernielde bruggen nog steeds onbruikbaar waren.  

overlijdens advertentieOver de jaren daarna is minder duidelijk. Hij werd relatief met rust gelaten, maar zette zijn werk ondergronds voort.
Hij was ondercommandant van de OD (Ordedienst) en deed vooral spionagewerk.  

Het gezin is een periode ondergedoken geweest in een huis aan de Diepenveenseweg in Olst en keerde daarna terug naar de Tesschenmacherstraat.
Later is Bram verraden en hij is op 21 december 1944 gearresteerd. Hij heeft opgesloten gezeten op Brinkgreven en later op de Oxerhof in Colmschate.
In de nacht van 6 op 7 maart 1945 vond er bij de Woeste Hoeve een mislukte aanslag plaats. De leider van de Nederlandse politie, de Duitse SS-officier Rauter raakte hierbij zwaargewond.
Op 8 maart werden als wraak 117 gevangenen uit deze regio naar de Woeste Hoeve gebracht en op dezelfde plaats geexecuteerd. Hier is ook Bram Janse bij omgekomen.
Op de foto rechts: advertentie in Het Nieuws van 7 mei 1945.

 

biografie door Johan van der Veen (1) 

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Eendrachtstraat 1.

naam geboren te datum overleden te datum
Aalbert Jan Gerritsen Oene 09-03-1890 Kamp Amersfoort 16-10-1942

Aalbert Jan Gerritsen uitsnedeJeugd in Oene 

Aalbert Jan Gerritsen werd op 9 maart 1890 in Oene (gemeente Epe) geboren. Hij was de jongste zoon van Hendrik Gerritsen en Lijsje van den Breem. Zijn vader was bakker van beroep. Toen hij werd geboren, leefden er nog twee zussen. Drie zusjes waren al overleden. 

Het gezin 

Op 5 april 1913 huwt Aalbert Jan in Epe met de negentienjarige Petronella de Weerd. Aalbert Jan is dan spoorwegarbeider. Zijn vrouw heeft geen beroep. Zijn vader is op dat moment nachtwacht, zijn schoonvader kastelein. Na hun huwelijk vestigen zij zich in Leusden. Daar wordt op 26 augustus 1913 de oudste zoon Hendrik (Hennie) Reinardus geboren.  

Op 26 januari 1914 vestigt het gezin zich op het adres Eendrachtstraat 14 te Deventer. In 1915 verhuizen ze naar Eendrachtstraat 1. Volgens het bevolkingsregister is Aalbert Jan op het moment van vestiging in Deventer bakkersbediende. Waarschijnlijk is hij dan al werkzaam bij coöperatie Ons Belang. In Deventer wordt op 12 april 1916 Berend (Bé) geboren. De gezinskaart van de familie Gerritsen, die van na 1919 dateert, geeft nog wat meer informatie: het beroep van Aalbert Jan is bakker. Verder zien we dat Hennie in december 1929 naar Vlissingen vertrekt om op de zeevaartschool de opleiding tot machinist te gaan volgen. In 1933 vertrekt hij voor een periode van bijna 4 jaar naar Nederlands-Oost-Indië. Bé wordt zelfstandig rijwielhersteller. In de jaren dertig heeft hij een zaak op het Emmaplein en op het adres Eendrachtstraat 1. Hij verkoopt ook motoren. 

Volksvertegenwoordiger 

Bij de raadsverkiezingen op 22 mei 1919 werd de lijst van de CPH (Communistische Partij Holland) aangevoerd door Willem van Winsum. Gerritsen stond op de derde plaats. De CPH behaalde 292 stemmen. Door een lijstverbinding met de Socialistische Partij onder leiding van Roebers hing het erom of de SP een vierde zetel zou krijgen of dat deze zetel naar Van Winsum zou gaan. Uiteindelijk werd de zetel aan de SP toegewezen. 

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1923 behaalde de CPH met Van Winsum als lijstrekker één zetel. Gerritsen stond op nummer 2 van de kandidatenlijst, zijn vrouw op de 5e plaats. 

C P HIn mei 1926 trad Van Winsum tussentijds af. Aalbert Jan Gerritsen volgde hem op. Hij zou tot 30 juli 1940 als enige communist in de raad zitten. De raad was voor hem een podium om de idealen van zijn partij de verkondigen. Op de raadsvergadering van 26 mei 1926 gaf het nieuwe raadslid zijn visitekaartje af. Hij verzette zich als enige tegen het voorstel van het college om de ontruimingstermijn van een aantal onbewoonbaar verklaarde woningen te verlengen. Hij wilde niet dat arme gezinnen langer dan strikt noodzakelijk in onbewoonbaar verklaarde woningen moesten blijven wonen. Als voorstander van openbaar onderwijs verklaarde hij zich - wederom als enige - tegen het voorstel van het college om aan het bestuur van de Sint Bernardusscholen a. fl. 384,10 uit te keren voor de aanschaf van 23 paar gordijnen en b. drie lessenaars over te dragen, die voor een totaal bedrag van fl. 15, - nog in de gewenste kleur moesten worden geschilderd.
Gedurende zijn raadslidmaatschap stemt Gerritsen ieder jaar opnieuw tegen de begroting. De algemene beschouwingen gebruikt hij als gelegenheid om zijn standpunten over het voetlicht te brengen. 

Bij de stemming over de wethoudersposten in 1927 verlaat Gerritsen, evenals de fractieleden van de SP, demonstratief de vergadering. In 1931 grijpt hij de verkiezingen van de wethouders aan om de SDAP in felle bewoordingen aan te vallen en de programmapunten van de CPH nog eens extra te benadrukken. 

Op 9 juli 1930 haalden Gerritsen en Roebers de landelijke pers. Aalbert Jan interpelleerde de dag ervoor het college over de genomen maatregelen ter bestrijding van paratyfus. Hij was van mening dat het college te weinig op de waterleiding had gelet. Roebers, die lid was van de commissie waaronder de waterleiding viel, nam het waterleidingsbedrijf in bescherming en verweet Gerritsen op “bombarie” en “sensatie” uit te zijn. Gerritsen wierp Roebers daarop voor de voeten dat hij een dergelijke politiek voerde om zoveel mogelijk mensen naar zijn sigarenkraam op de markt, op de Brink, te krijgen. Roebers stond op en nodigde Gerritsen uit om mee naar buiten te gaan om af te rekenen. De burgemeester trachtte met luid geroffel van de voorzittershamer de orde te herstellen. Zijn woorden aan het adres van beide kemphanen gingen in het tumult verloren. Na afloop van de vergadering wisten wethouders, raadsleden en bodes te voorkomen dat Roebers verhaal ging halen. Uiteindelijk rukte deze laatste zich los om op de fiets achter Gerritsen aan te gaan. Op 23 augustus bereikte het bericht van het tumult in de raad van Deventer zelfs Nederlands-Indië. 

In 1931 werd Gerritsen lid van de Provinciale Staten van Overijssel. Zijn lidmaatschap duurde één zittingsperiode. 

Andere maatschappelijke functies 

N A SGerritsen was voorzitter van het Plaatselijk Arbeids-Secretariaat, de plaatselijke koepel van de bij het NAS (Nationaal Arbeids-Secretariaat) aangesloten bonden. In die hoedanigheid sprak hij op 1 mei 1926 op de feestelijke 1 mei-viering in gebouw Flora. 

Hij was ook voorzitter van de afdeling Deventer van de Nieuw-Malthusiaanse Bond, de voorganger van de latere NVSH. Op donderdagavond 31 mei 1934 werd er in Help U Zelven een openbare vergadering gehouden. Gerritsen zat de vergadering voor. Een hoofdagent van politie maakte er, zoals in die tijd te doen gebruikelijk was, een verslag van: 

“Als spreekster trad op mevrouw Geerlings uit Amsterdam die het onderwerp “Kinderbeperking en zedelijkheidsgevoel in Sovjet-Rusland” behandelde. Zij deelde o.m. mede dat de Russische staat deskundige voorlichting gaf tot kinderbeperking en zedelijkheidsgevoel, door aan alle fabrieken, werkplaatsen, scholen enz. dokters aan te stellen, die kosteloze voorlichting over dat onderwerp geven. Ook bestond aldaar een aborthuis, waar op verzoek van belanghebbende en met toestemming van de staat abortus werd gepleegd door deskundigen. Middelen ter voorkoming van of verstoring van zwangerschap heeft zij niet genoemd, terwijl er ook verder geen ongeregeldheden zijn voorgevallen.” 

Enkele dagen later schrijft een inspecteur van politie op dit rapport:
“Het standpunt van de Nederlandse staat is geheel tegenstrijdig aan dat van Sovjet-Rusland. Ware het besprokene zuiver wetenschappelijk dan had wel een geneesheer de verhandeling gehouden, doch thans lijkt het meer op communistische propaganda.”
Tot slot merkt hij nog op dat de recherche deze vereniging streng in de gaten moet houden. 

Volgens De Peperbus van 16 juni 1939 is Gerritsen eveneens afdelingsvoorzitter van de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding, een vereniging die in 2001 opging in Yarden, penningsmeester van wielerclub Triomfator en hij is een liefhebber van kanoën en voetballen. 

Hulp aan vluchtelingen 

In 1933 komt Hitler in Duitsland aan de macht. Volgens kleinzoon Benjamin wordt het huis aan de Eendrachtstraat vanaf dat moment een schakel in een netwerk dat zowel joodse als communistische vluchtelingen uit Duitsland helpt. Benjamin herinnert zich nog goed hoe hij zich als kleine jongen in de jaren vijftig bij het spelen verborg in de schuilplaats tussen het plafond van de woonkamer en de vloer van de bovenverdieping. 

Uit de raad gezet

DD 1942 10 16 00001De Koerier uitsnedeHoewel zijn vrouw al snel na de Duitse inval een koffer pakt en hem adviseert onder te duiken, doet Aalbert Jan dit niet. 
Met ingang van de raadsvergadering van 30 juli 1940 wordt hij samen met de RSAP-raadsleden Johan Roebers, Albert Johan Gerards en Peeke Bosma uitgesloten van het raadswerk.(2) 

De Koerier van die dag vermeldt dat het raadslid Eggink afwezig was en dat de gezondheidstoestand van de burgemeester enige vooruitgang vertoonde; aan hem werd een telegram gestuurd met de wens tot een spoedig algeheel herstel. Geen woord over de afwezige raadsleden. In het officiële verslag van de raadsvergadering is naast de afwezigheid van Eggink en de gezondheidsperikelen van de burgemeester wel opgenomen dat de vier bovengenoemde raadsleden afwezig waren, omdat zij zich op last van een brief van de Commissaris der Koningin moesten onthouden van deelneming aan enige werkzaamheid van de raad. 

Gearresteerd

In de morgen van 25 juni 1941 wordt Gerritsen op zijn huisadres Eendrachtstraat 1 gearresteerd. De politie van Deventer pakt die ochtend op last van de Duitse autoriteiten in Deventer 17 “revolutionairen” op. Vanuit Apeldoorn wordt eveneens een verdachte van “communistische activiteit” overgebracht en ingesloten. In de loop van de dag worden vier van hen weer vrijgelaten. De overige veertien worden ’s avond om halfzeven door de “Ordnungspolizei” afgehaald. 

Gevangen en vermoord 

Gerritsen en zijn lotgenoten worden eerst in Kamp Schoorl geïnterneerd, daarna in Kamp Amersfoort. Daar ontmoet hij zijn zoon Bé, die op 13 oktober 1941 door dezelfde Nederlandse rechercheur is opgepakt als enige maanden daarvoor zijn vader. Zij nemen afscheid van elkaar als Bé op transport wordt gesteld naar Neuengamme. 

In de loop van 1942 vinden er in en rondom Deventer sabotageacties plaats. De daders worden door de SD gezocht in kringen van het rode verzet.
Op 15 oktober gaan voor de Duitsers bestemde voorraden bij de firma Holterman en Ten Hove verloren. Onder meer naar aanleiding van deze brandstichting besluiten de Duitsers tot represailles.
Op 16 oktober 1942 worden Gerritsen en 14 andere gevangenen op de Leusderheide bij Woudrichem gefusilleerd. Behalve Aalbert Jan Gerritsen behoren ook de Deventenaren Dirk Bannink, William van Ewijk, Daan van der Meulen en Johan Roebers tot de geëxecuteerden.

Zoon Bé overleeft de concentratiekampen Neuengamme, Natzweiler, Allach en Dachau. Na de oorlog spant hij zich tot het uiterste in voor nazislachtoffers en hun nabestaanden. 

 © Johan van der Veen

DD 1945 10 26 AlgemeeneKoerierbegfrafenis uitsnede(1) Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:
*Interview met Benjamin Gerritsen op 12 juni 2017;
*Gelders Archief, archief 0207, registratienummer 5012, aktenummers 63, 77, 238; registratienummer 5013, aktenummers 84, 216, 233; registratienummer 4930, aktenummers 29, 121, 176;
*Gelders Archief, archief 0207, registratienummer 9065, aktenummer 21;
*NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1414, Bevolkingsregister Deventer, inv.nr. 2702, blad 72 (afbeelding 0074); NL-DvHCO, ID 1414, inv.nr. 348 (afbeeldingen 0334 en 0335); Kadaster Deventer, Sectie B, Perceel 4017, leggerartikel 8214, reeks 33, en leggerartikel 8517, reeks 3;
*Deventer Dagblad, 9 augustus 1938; De Peperbus, 7 juli 1939;
*R. Blom, De oude Socialistische Partij van Harm Kolthek, Delft, 2007, blz. 142; Deventer Dagblad, 23 mei 1919;
*Deventer Dagblad, 24 mei 1923;
*Deventer Dagblad, 21 mei 1926;
*Handelingen van den Raad 1926, vergadering van 26 mei, blz. 285-287, 298-299 en 351 – 352;
*Handelingen van den Raad 1927, vergadering van 6 september, blz. 518 – 22; vergadering van 12 september, blz. 538, 541 - 544; vergadering van 20 september, blz. 553;
*Handelingen van den Raad 1931, vergadering van 1 september, blz. 327 – 332;
*Handelingen van den Raad 1930, vergadering van 8 juli 1930, blz. 303 – 311;
*Algemeen Handelsblad, 9 juli 1930; Indische Courant, 23 augustus 1930;
*Deventer Dagblad, 23 en 24 april 1931;
*Deventer Dagblad, 3 mei 1926;
*NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0759, Politie Gemeente Deventer, inv.nr. 571-1, achter tabblad 14;
*Handelingen van den Raad 1940, vergadering van 30 juli 1940, blz. 322;
*NL-DvHCO, HCO stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950), inv.nr. 1427, tabblad 20;
*NL-DvHCO, HCO stadsarchief Deventer, ID 0759, inv.nr. 83, onder nummer 286;
*C. Hilbrink, de Ondergrondse, Den Haag, 1998, blz. 139 – 140.

(2) De SP ging in 1929 op in de Revolutionair Socialistische Partij (RSP). Deze laatste partij  ging in 1935 op in de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

door Johan van der Veen (1)

woning Averlostraat 22Tot zijn arrestatie op 25 juni 1941 woonde hij aan de Averlostraat 22.  

naam geboren te datum overleden te datum
Peeke Bosma Sneek 18-12-1908 Schloss Hartheim 01-12-1942

Jeugd in Friesland

Peeke Bosma als militairPeeke Bosma (op foto in militair uniform omstreeks 1932) werd op 18 december 1908 in Sneek geboren. Hij had een tweelingzus Aaltje. Zijn ouders waren Meinte Bosma en Elisabeth de Vries. Zij trouwden op 11 november 1893 in Wymbritseradeel. Meinte was op dat moment schipper, zijn vrouw dienstmeisje. Op 13 oktober 1894 werd in Sneek hun eerste kind geboren: Andries. Vader Meinte was nog steeds schipper. Zijn vrouw woonde bij hem aan boord. Op 1 mei 1896 werd het tweede kind geboren, een dochter, Clara. Op dat moment was Meinte geen schipper meer. Als beroep wordt genoemd werkman. Het echtpaar kreeg in totaal 12 kinderen. In 1925 overleed moeder. Peeke en zijn tweelingzus Aaltje waren toen 16 jaar oud. Hun zus Aukje was 15 en de jongste, Willem, 13 jaar.

De ouders van Peeke waren niet politiek bewust. Na de lagere school bezocht Peeke enkele jaren de ULO. Hij was een jongen met een sterke wil. Kort na het overlijden van zijn moeder liep Peeke weg. Hij ging lopend van Sneek naar Enschede, naar zijn zus Clara.

Het gezin

Op 21 maart 1930 vestigde Peeke zich vanuit Swalmen (Limburg) in Deventer. Hij werd als huzaar in de Boreelkazerne gelegerd. Op 2 juni 1932 trouwde hij in Deventer met Christina Everdina Cornelia de Gram, dienstbode. Hij verliet de kazerne en ging met zijn vrouw bij zijn schoonouders op de Klinkenbeltsweg 43 wonen. Zijn vader was op dat moment fabrieksarbeider, zijn schoonvader los arbeider. Op 13 juli 1932 werd hij als beroepsmilitair met de rang van korporaal uit de Koninklijke Landmacht ontslagen. Het ontslag geschiedde op grond van artikel 22, lid 2, van het Reglement voor de militaire ambtenaren der Koninklijke Landmacht. Dit artikel hield in dat een militair beneden de rang van tweede-luitenant die voor zijn vierentwintigste verjaardag huwde, ontslag kreeg.

Op het adres Klinkenbeltsweg werd op 29 december 1932 dochter Elisabeth (Lies) geboren. In 1934 woonde het gezin zeer korte tijd in de Nijverheidsstraat. Op 16 april 1934 werd de woning aan de Lange Zandstraat 46 betrokken. Daar werd op 14 maart 1935 Christiaan (Chris, overleden op 29 december 2015) geboren. Op hetzelfde adres zag dochter Johanna (Annie) op 18 augustus 1939 het levenslicht. Kort daarna verhuisde het gezin naar Averlostraat 22. Annie overleed in november 1944 op 5 jarige leeftijd aan difterie.  

Raadslid

In Geheim Overzicht, No.6, Jaargang 1938, van de Centrale Inlichtingendienst (CID) is een verslag opgenomen van het op 17 en 18 september 1938 gehouden congres van de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij). Op dit derde in Rotterdam gehouden congres werden Johan Roebers en Peeke Bosma gekozen tot algemene leden van het hoofdbestuur. Bosma moet op dat moment al langer lid van deze partij zijn geweest.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen op 15 juni 1939 behaalde de RSAP in Deventer 3 zetels. Peeke Bosma trad als nummer twee van de lijst en als jongste raadslid toe tot de Deventer raad. Hij verkeerde daarbij in het gezelschap van twee oude rotten in het vak, Johan Roebers en Albert Johan Gerards. Het weekblad De Peperbus van 16 juni 1939 stelt het nieuwe raadslid kort voor: hij is secretaris van de lokale afdeling van de RSAP, van de Algemene Werklozen Bond en van de Commissie voor Strijd en Solidariteit. De laatste twee organisaties waren nauw verbonden met het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS), een radicaal linkse koepelorganisatie van Nederlandse Vakbonden. Met de Commissie van Strijd en Solidariteit wordt waarschijnlijk de lokale afdeling van het Comité voor Strijd en Solidariteit bedoeld. Het doel van dit comité was het steun verlenen aan wilde stakingsacties.

In de door de CID opgestelde Lijst van links-extremistische personen geordend per gemeente, met alfabetische klapper, 1939, staat over Bosma het volgende vermeld: van beroep is hij los arbeider; hij is lid van de RSAP; in 1938 lid van het partijbestuur en in 1939 kandidaat voor de RSAP voor de provinciale Staten. 

Overdag werkt Peeke in de werkverschaffing. ’s Avonds is hij vaak voor de partij op pad. Hij trekt op met zijn (latere) mederaadsleden Johan Roebers en Albert Johan Gerards, en met bekende RSAP’ers, zoals Arend Jan Brinks, Jan van Bruggen sr., Johannes Frederik Scherpenhuizen en Jan Albert Tromop.

In augustus 1939 wordt Bosma gemobiliseerd, mogelijk in de buurt van Velsen en IJmuiden.

Uit de raad gezet

Na de meidagen keert hij terug naar huis. Veel tijd om het raadswerk weer op te nemen, is er niet. Want met ingang van de raadsvergadering van 30 juli 1940 wordt hij samen met Johan Roebers, Albert Johan Gerards en het communistische raadslid Aalbert Jan Gerritsen uitgesloten van het raadswerk.

brief3 november 1941aanhouding klDe verslaglegging van deze vergadering is curieus te noemen. De Koerier van 30 juli 1940 vermeldt dat het raadslid Eggink afwezig was en dat de gezondheidstoestand van de burgemeester enige vooruitgang vertoonde; aan hem werd een telegram gestuurd met de wens tot een spoedig algeheel herstel. Geen woord over de afwezige raadsleden. Sterker nog, aan het eind van het verslag worden Bosma en Gerards nog genoemd als raadsleden die respectievelijk tot lid en plaatsvervangend lid van een commissie worden benoemd. Het gaat om de commissie die de rekeningen van de gemeente en de gemeentelijke bedrijven over 1939 moet onderzoeken. In het officiële verslag van de raadsvergadering is naast de afwezigheid van Eggink en de gezondheidsperikelen van de burgemeester wel opgenomen dat de vier bovengenoemde raadsleden afwezig waren, omdat zij zich op last van een brief van de Commissaris der Koningin moesten onthouden van deelneming aan enige werkzaamheid van de raad. De raadsleden Bosma en Gerards worden hier niet als lid en plaatsvervangend lid van de commissie voor de rekeningen genoemd. Op de vergadering van 27 augustus 1940 krijgt de zaak nog een vervolg. Raadslid T. Vierstra (SDAP) geeft bij de behandeling van de notulen van 30 juli aan, dat er een brief van de Commissaris van de Provincie is binnengekomen, waarvan de inhoud niet ter kennis van de raad is gebracht: “De raadsleden hebben alleen kunnen constateren, dat enkele leden niet aanwezig waren.” Uit het antwoord van de burgemeester blijkt dat niet alleen De Koerier met de kwestie in zijn maag zat. Hij geeft namelijk aan dat de brief, die op 30 juli werd ontvangen, een brief aan de burgemeester, in dit geval de waarnemend-burgemeester, was en direct moest worden uitgevoerd.

Peeke Bosma duikt evenals de anderen niet onder. In 1941 is hij als grondwerker in dienst bij de firma A. Waanders & Zn in de Papenstraat. Hij neemt deel aan het langzaam op gang komende verzet. Hij houdt zich bezig met de distributie van illegale bladen en met het verspreiden van gestencilde pamfletten. Hij is de contactman van de RSAP.

Arrestatie              
                                                                                                                
In de morgen van 25 juni 1941 wordt hij op zijn huisadres Averlostraat 22 gearresteerd. De politie van Deventer pakt die ochtend op last van de Duitse autoriteiten in Deventer 17 “revolutionairen” op. Vanuit Apeldoorn wordt eveneens een verdachte van “communistische activiteit” overgebracht en ingesloten. In de loop van de dag worden vier van hen weer vrijgelaten. De overige veertien worden ’s avond om halfzeven door de “Ordnungspolizei” afgehaald. Voor de arrestatiebrief: zie noot 3.

Gevangen

Zeer waarschijnlijk werd Peeke via de concentratiekampen Schoorl en Amersfoort op 19 november 1941 naar Neuengamme gedeporteerd. Daar kreeg hij gevangennummer 6686. Uitslagen in het Labor Journal van dit kamp geven aan dat hij in juni 1942 aan tbc leed. Op 1 augustus 1942 werd hij naar Dachau overgebracht. Daar was zijn gevangennummer 32871.

Medewerkers van het archief van Dachau en van Lern- und Gedenkort Schloss Hartheim bevestigen dat hij in het kader van Tötungsaktion 14f13 in Schloss Hartheim bij Linz werd vermoord.(2) Hij werd als arbeidsongeschikte geselecteerd. Met 11 andere geselecteerden werd hij op 1 december 1942 vanuit Dachau op transport gesteld. Direct na aankomst in Schloss Hartheim werd hij vergast en daarna verbrand. De overlijdensregistratie van 3 december 1942 in de administratie van Dachau vermeldt opzettelijk een onjuiste doodsoorzaak en plaats van overlijden. Waarschijnlijk overleed Peeke Bosma op de dag dat hij op invalidentransport werd gesteld: 1 december 1942.

Zijn weduwe hoort pas op 10 maart 1943 van zijn overlijden. Het heeft die dag gesneeuwd en het is glad. Daarom loopt zij midden op de weg, de Parellelweg, ter hoogte van inktlintfabriek Carbonia. Een politieagent, die haar op de fiets inhaalt en kennelijk weet wie zij is, deelt haar mee dat haar man is overleden. Later komt er een officiële brief waarin de Duitse autoriteiten meedelen dat Peeke Bosma op 2 december 1942 in Dachau aan “Versagen von Herz und Kreislauf bei offener Lungentuberkulose” is overleden.

© Johan van der Veen

(1) Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:

* Interview met Lies Rouw-Bosma en Geertje Bosma – van Emst op 27 april 2017;
* Verschillende aktes uit de burgerlijke stand Sneek-Tresoar, archiefnummer 30-34: inv.nr. 1041, aktenr. 278; inv.nr.1043, aktnr. 123; inv.nr. 1044, aktnr. 259; inv.nr. 1046, aktenr. 153; inv.nr. 1048, aktenr. 187; inv.nr. 1050, aktenr. 251; inv.nr. 1052, aktenr. 106; inv.nr. 1053, aktenr. 330, inv.nr. 1055, aktenrs. 332 en 333; inv.nr. 1057, aktenr. 188; inv.nr. 1059, aktenr. 204; inv.nr. 3048, aktenr. 168; inv.nr. 3058, aktenr. 130.
* NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1414, Bevolkingsregister Deventer, inv.nr. 425, Kazerne 25;
* Register van huwelijken 1932 Deventer, akte 129: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0724, Burgerlijke Stand Deventer, inv.nr. 178;
* NL-DvHCO, ID 1414, inv.nr. 333, nr. 0021 en 0022;
* Ontslagbrief als beroepsmilitair der Koninklijke Landmacht van 13 juli 1932;
* NL-DvHCO, ID 0724, inv.nr. 161, aktenr. 630;
* P. Hoekman en J. Houkes, Het Nationaal Arbeids-Secretariaat, Utrecht, 2016, blz. 715 – 726;
* De Koerier van 30 juli 1940;
* Handelingen van den Raad 1940, vergadering van 30 juli 1940, blz. 322; vergadering van 27 augustus 1940, blz. 346 – 347;
* Register van ingekomen en uitgaande stukken 1940 1 januari – augustus 3, nr. 2648, volgnummer 2582: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950) , inv.nr. 130;
* Loonbelastingkaart 1941;
* Gedenksteen aan de Verzetslaan omgekomen verzetsstrijders: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief, ID 1441, Gemeentebestuur van Deventer III (1951 – 1993), inv.nr. 820;
* Stukken betreffende de arrestatie van Nederlanders door de Duitse politie: NL-DvHCO, Deventer, ID 1382, inv.nr. 1427, volgnummer 20;
* L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, tweede helft, Gevangenen en gedeporteerden, ’s-Gravenhage, 1978, blz. 553 – 576;
* Schriftelijke mededeling van 21 juni 2017, met bijlagen, van het archief van KZ Gedenkstätte Dachau;
* Mail, brief en bijlagen van International Tracing Service te Bad Arolsen, van 31 juli 2017;
* Schriftelijke mededeling van 16 oktober 2017, met bijlagen, van Lern- und Gedenkort Schloss Hartheim.

(2) Het selecteren en ombrengen van concentratiekampgevangenen die volgens de nazi’s oud, ziek of arbeidsongeschikt waren.

(3) Stukken betreffende de arrestatie van Nederlanders door de Duitse politie: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950) , inv.nr. 1427, volgnummer 20.